Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Wijzigingswet Wet op de omzetbelasting 1968 (verlaging van het algemene tarief)

 

Wet van 30 september 1992, tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (verlaging van het algemene tarief)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gelet op de economische ontwikkeling en in het licht van de afschaffing van de fiscale grenzen wenselijk is het algemene tarief van de omzetbelasting te verlagen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel II
1
De omzetbelasting die na 30 september 1992 verschuldigd wordt ter zake van leveringen en diensten die worden verricht vóór of op deze datum, wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip waarop de levering of de dienst wordt verricht.
2
In geval omzetbelasting vóór 1 oktober 1992 verschuldigd is ter zake van leveringen en diensten die worden verricht op of na deze datum, wordt hetgeen minder verschuldigd zou zijn geweest indien de belasting zou zijn berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip waarop de levering of de dienst wordt verricht, op verzoek aan de ondernemer teruggegeven, mits voor dat verschil een credit-factuur is uitgereikt.
3
De ondernemer aan wie de in het tweede lid bedoelde credit-factuur is uitgereikt, wordt het op deze factuur vermelde bedrag als belasting verschuldigd op het tijdstip waarop die factuur is uitgereikt, voor zover deze ondernemer ter zake van de desbetreffende leveringen en diensten recht heeft op aftrek van voorbelasting op de voet van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968.
4
In geval een ondernemer ingevolge een vóór 1 oktober 1992 gesloten overeenkomst na 30 september 1992 een onroerende zaak levert of een werk in onroerende staat oplevert tegen een vergoeding welke vervalt in termijnen, blijft ten aanzien van het gedeelte van de vergoeding dat gelijk is aan de som van de termijnen die op grond van die overeenkomst vóór 1 oktober 1992 zijn vervallen, de verlaging van de omzetbelasting van 18,5 tot 17,5 percent buiten toepassing.
5
In geval een ondernemer na 30 september 1992 een onroerende zaak levert in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van de Wet op de omzetbelasting 1968, welke onroerende zaak ingevolge een vóór 1 oktober 1992 gesloten overeenkomst in opdracht is vervaardigd onder terbeschikkingstelling van stoffen, waaronder grond is begrepen, blijft de verlaging van de omzetbelasting van 18,5 tot 17,5 percent buiten toepassing ten aanzien van het gedeelte van de vergoeding dat gelijk is aan de som van de termijnen die op grond van die overeenkomst vóór 1 oktober 1992 zijn vervallen en de in de vergoeding begrepen kosten van de vóór die datum ter beschikking gestelde stoffen.

Artikel III
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 oktober 1992.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 30 september 1992
Beatrix
De Minister van Financiën,
w
Kok
De Staatssecretaris van Financiën,
m
J. J. van Amelsvoort
Uitgegeven de dertigste september 1992
De Minister van Justitie a.i.,
c
I. Dales